Diagnose en beeldvorming longsarcoïdose

Hoe longsarcoïdose vastgesteld wordt: de stappen van klacht tot diagnose

Dr. Annelies de Vries Dr. Annelies de Vries
· · 10 min leestijd

Stel je voor: je bent buiten adem na een simpele wandeling, je hebt een hardnekkige hoest die niet overgaat, en je voelt je continue moe. Je denkt misschien aan een longontsteking of misschien wel aan astma.

Inhoudsopgave
  1. De eerste signalen: Wat voel je?
  2. Stap 1: Het gesprek en lichamelijk onderzoek
  3. Stap 2: Beeldvorming van de longen
  4. Stap 3: Bloedonderzoek
  5. Stap 4: De biopsie – De gouden standaard
  6. Stap 5: Het bepalen van het stadium
  7. De rol van de longfunctietest
  8. Conclusie: Een puzzel die op zijn plaats valt
  9. Veelgestelde vragen

Maar wat als het iets anders is? Longsarcoïdose is een aandoening die vaak onopgemerkt blijft, maar wel degelijk impact heeft op je longen en algehele gezondheid.

Het is een ontstekingsziekte waarbij kleine knobbeltjes, sarcoïden genaamd, ontstaan in je organen. In dit artikel duiken we in het diagnoseproces. Hoe kom je er eigenlijk achter of je het hebt? Laten we de stappen van klacht tot diagnose helder op een rijtje zetten.

De eerste signalen: Wat voel je?

Het lastige aan longsarcoïdose is dat de symptomen vaak subtiel beginnen. Ze sluipen binnen en zijn niet altijd direct duidelijk.

  • Kortademigheid: Je merkt het vooral als je beweegt, traploopt of sport.
  • Hoesten: Vaak een droge hoest, soms met een beetje slijm.
  • Pijn op de borst: Dit kan variëren van een dof gevoel tot een scherpe prikkeling.
  • Extreme vermoeidheid: Je voelt je gewoon op, zelfs na een goede nachtrust.
  • Gewichtsverlies: Zonder dat je er echt je best voor doet.
  • Koorts: Meestal laaggradig, soms bij een plotselinge opvlamming.

Veel mensen lopen maanden of zelfs jaren rond met klachten zonder dat ze weten wat het is.

De meest voorkomende klachten waar mensen mee naar de huisarts gaan, zijn: Belangrijk om te weten: deze klachten zijn niet uniek voor sarcoïdose. Ze lijken ook op die van astma, COPD of een langdurige longontsteking. Daarom begint het diagnosticeren altijd met het uitsluiten van andere oorzaken.

Stap 1: Het gesprek en lichamelijk onderzoek

De reis naar een diagnose begint bij de huisarts of de longarts. Dit is de anamnese, oftewel het zorgvuldig doornemen van je medische geschiedenis.

De arts zal je vragen stellen als: "Hoelang heb je deze klachten al?", "Rook je?", "Is er longziekte in de familie?" en "Welke medicijnen gebruik je?". Vervolgens volgt het lichamelijk onderzoek. De arts luistert naar je longen met een stethoscoop.

Bij longsarcoïdose kunnen er soms fijne, raspende geluiden hoorbaar zijn (ook wel "fine crackles" genoemd).

Ook kijkt de arts naar je huid (soms zitten er typische huidafwijkingen bij sarcoïdose) en controleert hij of je lymfeklieren (bijvoorbeeld in je hals of oksels) opgezet zijn.

Stap 2: Beeldvorming van de longen

Als de klachten aanhouden, is de volgende logische stap het maken van foto's van je longen. Dit is vaak de eerste echte aanwijzing dat er iets speelt.

Röntgenfoto van de borstkas

Dit is vaak de allereerste scan die gemaakt wordt. Bij longsarcoïdose zie je op een röntgenfoto soms specifieke patronen, zoals vergrote lymfeklieren in het midden van de borst of kleine vlekjes in de longen.

Echter, het is belangrijk om te weten dat een normale röntgenfoto sarcoïdose niet volledig uitsluit. De ziekte kan zich soms alleen in het longweefsel zelf bevinden zonder dat dit direct opvalt. Waarom de röntgenfoto vaak de eerste aanwijzing is, is daarom goed om te begrijpen. Is de röntgenfoto onduidelijk of wil de arts meer details zien?

CT-scan (High Resolution CT)

Dan volgt vaak een CT-scan. Dit is een gedetailleerde 3D-foto van de longen. Op een CT-scan kunnen artsen kleine knobbeltjes (nodules) en ontstekingsplekken veel scherper zien. Een kenmerkend beeld bij gevorderde sarcoïdose is een patroon dat lijkt op een honingraat (honeycombing), wat wijst op littekenvorming.

Ook kunnen artsen zien of de lymfeklieren in de borstholte vergroot zijn.

PET-scan en MRI

In sommige gevallen, vooral als de arts wil weten hoe actief de ziekte is of of het zich heeft verspreid naar andere organen (zoals de hart of de lever), wordt een PET-scan gebruikt. Een PET-scan meet de stofwisseling in je lichaam.

Actieve ontstekingen verbruiken veel energie en lichten op deze scan op. Een MRI wordt minder vaak gebruikt voor de longen zelf, maar kan helpen bij het in beeld brengen van de omgeving, zoals de borstwand.

Stap 3: Bloedonderzoek

Er is geen enkele bloedtest die sarcoïdose 100% kan aantonen, maar bloedonderzoek helpt wel enorm bij het proces. Het geeft de arts inzicht in hoe actief de ontsteking is en of er andere oorzaken zijn.

  • Algemene bloedwaarden: De arts kijkt naar het aantal witte bloedcellen en de bezinkingssnelheid (BSE). Een verhoogde bezinking wijst op ontsteking in het lichaam.
  • ACE-waarde (Angiotensin-Converting Enzyme): Bij veel patiënten met actieve sarcoïdose is deze waarde in het bloek verhoogd. Het is een handige indicator, maar niet specifiek genoeg om alleen op af te gaan. Sommige mensen hebben een verhoogde ACE-waarde zonder sarcoïdose, en anderen hebben sarcoïdose met een normale ACE-waarde.
  • Calcium: Soms is het calciumgehalte in het bloed verhoogd door de ontsteking, wat belangrijk is om te meten omdat het de nieren kan belasten.
  • Vitamine D: Sarcoïdose kan de vitamine D-stofwisseling beïnvloeden, dus ook deze wordt vaak gemeten.

Stap 4: De biopsie – De gouden standaard

Om zeker te weten dat het om longsarcoïdose gaat en niet om een andere aandoening (zoals tuberculose of kanker), is een weefselonderzoek (biopsie) vaak nodig. Dit is de definitieve bevestiging.

Een patholoog kijkt onder de microscoop naar een stukje weefsel op de aanwezigheid van sarcoïden: ronde, opeengehopte ontstekingscellen zonder kern (reuzencellen). Er zijn verschillende manieren om een biopsie te nemen: Dit is de meest voorkomende methode. Via de mond of neus wordt een dunne buis (bronchoscoop) in de luchtpijp en longen ingebracht.

Bronchoscopie met biopsie

Via deze buis kunnen kleine tangetjes naar buiten worden gestuurd om een stukje weefsel uit de longwand of een lymfeklier in de borstholte te pakken.

Transbronchiale longbiopsie

Het is een relatief veilige ingreep die vaak poliklinisch gebeurt. Dit is vergelijkbaar met de bronchoscopie, maar hierbij worden kleine stukjes longweefsel zelf gepakt die dieper in de long liggen. Dit gebeurt onder begeleiding van röntgenfoto's of een echobronchoscoop. Als de bronchoscopie niet genoeg weefsel oplevert of als de lymfeklieren moeilijk te bereiken zijn, kan een chirurg een kijkoperatie uitvoeren.

Mediastinoscopie of Thoracoscopie

Bij een mediastinoscopie maakt de chirurg een kleine snee boven het borstbeen om bij de lymfeklieren te komen. Bij een thoracoscopie (VATS) worden kleine cameraatjes en instrumenten via kleine sneetjes tussen de ribben ingebracht om longweefsel te bekijken en te biopten.

Longbiopsie via de huid

Dit gebeurt onder narcose. Soms wordt er onder geleide van een CT-scan een naald door de borstwand gestoken om een stukje longweefsel te nemen. Dit wordt minder vaak gedaan vanwege de kans op een klaplong. Welke methode de arts kiest, hangt af van waar de ontsteking zit en de algemene gezondheid van de patiënt.

Stap 5: Het bepalen van het stadium

Als de diagnose longsarcoïdose is bevestigd, is de volgende vraag: hoe ver is de ziekte?

  • Stadium 0: Normale longfoto, maar wel symptomen of afwijkingen in de longfunctie.
  • Stadium 1: Vergrote lymfeklieren in de borstholte, maar de longen zelf zijn nog schoon.
  • Stadium 2: Vergrote lymfeklieren samen met vlekjes of knobbeltjes in de longen.
  • Stadium 3: Vlekjes en knobbeltjes in de longen, maar de lymfeklieren zijn niet meer vergroot.
  • Stadium 4: Ernstige littekenvorming (fibrose) in de longen, waardoor het longweefsel hard en stug wordt. Dit is de meest gevorderde fase.

Artsen gebruiken vaak het 'stadium' om de ernst in te schatten. Dit wordt meestal bepaald aan de hand van de röntgenfoto of CT-scan. Deze indeling helpt artsen om een inschatting te maken van de prognose en de behandelingsstrategie te bepalen.

De rol van de longfunctietest

Naast beeldvorming en biopsie is de longfunctietest een vaste prik. Je moet in een apparaat blazen om te meten hoeveel lucht je longen kunnen verwerken en hoe snel de luchtstromen zijn.

Bij sarcoïdose kan de elasticiteit van de longen verminderen (restrictief patroon), wat zorgt voor een verminderde longcapaciteit. Deze testen helpen niet alleen bij de diagnose, maar ook bij het monitoren van het ziekteverloop en de effectiviteit van medicijnen.

Conclusie: Een puzzel die op zijn plaats valt

Het diagnosticeren van longsarcoïdose is zelden een rechte lijn. Het is een proces van puzzelstukjes die langzaam op hun plaats vallen: klachten, lichamelijk onderzoek, bloedwaarden, beelden van de longen en uiteindelijk de bevestiging via weefselonderzoek.

Soms maken zeldzame presentaties van longsarcoïdose de diagnose extra uitdagend. Hoewel het soms een lange weg kan zijn, is een vroege en nauwkeurige diagnose cruciaal. Het zorgt ervoor dat je op tijd kunt beginnen met behandelingen die de ontsteking remmen en de kwaliteit van leven verbeteren.

Herken je de klachten? Schroom niet om het met je huisarts te bespreken.

Een grondig onderzoek kan helderheid brengen.

Veelgestelde vragen

Hoe kan een arts vaststellen of ik sarcoïdose heb?

Het diagnosticeren van sarcoïdose is een proces dat begint met een grondig gesprek met de arts over je klachten en medische geschiedenis. Vervolgens zal de arts een lichamelijk onderzoek uitvoeren, waaronder het luisteren naar je longen met een stethoscoop, om eventuele afwijkingen te identificeren, zoals fijne raspende geluiden.

Wat zijn de meest voorkomende symptomen van longsarcoïdose?

De symptomen van longsarcoïdose kunnen subtiel beginnen en vaak lijken op die van andere aandoeningen, zoals astma of een longontsteking. Veelvoorkomende symptomen zijn onder meer kortademigheid, een droge hoest, pijn op de borst, extreme vermoeidheid en soms gewichtsverlies of koorts.

Welke onderzoeken kan een arts uitvoeren om sarcoïdose vast te stellen?

Na een gesprek en lichamelijk onderzoek kan de arts röntgenfoto’s van de borstkas aanvragen om te zoeken naar specifieke patronen die wijzen op sarcoïdose. In sommige gevallen kan een biopsie van verdachte granulomen nodig zijn om de diagnose te bevestigen.

Wat zijn de eerste tekenen van sarcoïdose?

De eerste tekenen van sarcoïdose zijn vaak subtiel en kunnen langdurig aanhouden. Mensen ervaren vaak beginnende klachten zoals kortademigheid bij inspanning, een droge hoest en vermoeidheid, zonder direct te weten wat de oorzaak is. Het is belangrijk om deze klachten serieus te nemen en verder te laten onderzoeken.

Is er een specifieke test om sarcoïdose vast te stellen?

Hoewel er geen enkele definitieve test is, wordt serumoplosbare interleukine 2-receptor (sIL-2R) soms gebruikt als marker om sarcoïdose te vermoeden. Echter, de bruikbaarheid van deze marker voor andere longziekten is nog niet volledig onderzocht, waardoor een combinatie van onderzoeken noodzakelijk is voor een accurate diagnose.


Dr. Annelies de Vries
Dr. Annelies de Vries
Longarts gespecialiseerd in sarcoïdose

Annelies is een ervaren longarts met focus op sarcoïdose en longfibrose.

Meer over Diagnose en beeldvorming longsarcoïdose

Bekijk alle 32 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Waarom de röntgenfoto van de borstkas vaak de eerste aanwijzing is bij sarcoïdose
Lees verder →