Behandeling longsarcoïdose en fibrose

Hoe behandelbeslissingen bij longsarcoïdose genomen worden in een multidisciplinair team

Dr. Annelies de Vries Dr. Annelies de Vries
· · 9 min leestijd

Stel je voor: je hebt last van kortademigheid en een aanhoudende hoest. Na een aantal onderzoeken blijkt de oorzaak longsarcoïdose te zijn.

Inhoudsopgave
  1. De kracht van een multidisciplinair team
  2. De diagnose: hoe weet het team zeker dat het sarcoïdose is?
  3. De behandelbeslissing: wanneer is wat nodig?
  4. Factoren die de beslissing beïnvloeden
  5. Monitoring en de toekomst
  6. Veelgestelde vragen

Dit klinkt ingewikkeld, en dat is het soms ook. Longsarcoïdose is namelijk een vorm van sarcoïdose waarbij de ontsteking zich vooral in de longen nestelt. Het is een aandoening die vaak chronisch is en veel impact kan hebben op je ademhaling en dagelijks leven.

De behandeling is zelden 'standaard'. Wat voor de ene persoon werkt, is misschien niet ideaal voor de ander.

Daarom gebeurt de behandeling van longsarcoïdose nooit in je eentje. In ziekenhuizen zoals het Amsterdam UMC of het Erasmus MC werken zogenaamde multidisciplinaire teams samen om tot de beste beslissing te komen. In dit artikel lees je hoe zo’n team te werk gaat, welke behandelopties er zijn en welke factoren de keuze beïnvloeden.

De kracht van een multidisciplinair team

Longsarcoïdose is een lastige klant. Het gedraagt zich anders bij iedereen.

De ene patiënt heeft alleen wat last van hoesten, terwijl de ander te maken krijgt met ernstige longfibrose. Omdat de ziekte zoveel verschillende organen kan aantasten, is één specialist niet genoeg. Een multidisciplinair team (MDT) is een groep specialisten die elkaar aanvullen.

De vaste spelers in het team

Ze bespreken jouw geval samen, leggen alle informatie op tafel en stemmen de behandeling af.

Dit voorkomt dat er 'door de bomen het bos niet meer wordt gezien' en zorgt voor een zorgvuldige aanpak. Afhankelijk van de situatie bestaat het team uit verschillende experts. De kern van het team ziet er meestal zo uit:

  • Longarts (pulmonoloog): De spil in het web. Hij of zij beoordeelt de longfunctie, bekijkt de CT-scans en coördineert de behandeling van de longen.
  • Reumatoloog: Sarcoïdose is een auto-immuunziekte. Een reumatoloog kijkt naar de onderliggende ontstekingsreactie in het lichaam en behandelt gewrichtsklachten die vaak samengaan met de ziekte.
  • Internist: Soms is de ziekte niet alleen in de longen te vinden. Een internist kijkt naar het totaalplaatje, zoals de lever, de nieren of de hartfunctie.
  • Radioloog: Deze specialist beoordeelt de beeldvorming (CT-scan, MRI of röntgenfoto). Zij zien de fijne details, zoals kleine knobbeltjes of beginnende fibrose, die voor anderen soms lastig te interpreteren zijn.
  • Patholoog: Zonder patholoog is de diagnose vaak niet zeker. Zij bekijken weefselmonsters (biopsieën) onder de microscoop om te bevestigen dat het daadwerkelijk om sarcoïdose gaat en niet om bijvoorbeeld longkanker of tuberculose.
  • Fysiotherapeut: Ademhalingstraining is cruciaal. De fysiotherapeut helpt bij het verbeteren van de longcapaciteit en het leren omgaan met kortademigheid.

De diagnose: hoe weet het team zeker dat het sarcoïdose is?

Voordat er een behandelplan komt, moet de diagnose vaststaan. Sarcoïdose wordt vaak een 'diagnose van uitsluiting' genoemd.

Dat betekent dat artsen eerst andere longaandoeningen, zoals astma of COPD, moeten uitsluiten. Het diagnosticeren gebeurt aan de hand van een combinatie van signalen:

  • Beeldvorming: Een HRCT-scan (High-Resolution CT) is goud waard. Deze scan toont vaak specifieke patronen, zoals kleine knobbeltjes (noduli) in de longen of een verandering van het longweefsel.
  • Longfunctieonderzoek: Hierbij meet de arts hoeveel lucht je kunt inademen en uitademen en hoe efficiënt je longen zuurstof opnemen.
  • Biopsie: De zekerste manier om de diagnose te bevestigen is een weefselonderzoek. Meestal gebeurt dit via een bronchoscopie (een kijkje in de longen via de mond) of een longpunctie.
  • Bloedonderzoek: Hoewel er geen specifieke 'sarcoïdose-test' in het bloed bestaat, kunnen ontstekingswaarden (zoals ACE en calcium) aanwijzingen geven.

De behandelbeslissing: wanneer is wat nodig?

Niet iedereen met longsarcoïdose heeft direct medicijnen nodig. De beslissing hangt af van de ernst van de klachten en de activiteit van de ziekte.

Het multidisciplinair team kijkt hierbij naar de 'klachten-last' en de 'risico's op schade op lange termijn'.

Fase 1: De acute ontsteking remmen

De behandeling verloopt vaak in fasen. We bespreken de belangrijkste opties hieronder. Als de ontsteking actief is en de longfunctie achteruitgaat, is het belangrijk om snel in te grijpen.

De eerste keus is dan vaak corticosteroïden. Corticosteroïden (zoals Prednison) zijn krachtige ontstekingsremmers. Ze werken snel en effectief. De arts schrijft ze vaak voor in een hoge dosis, die daarna langzaam wordt afgebouwd. Dit gebeurt altijd onder strikte controle, want langdurig gebruik van Prednison kan bijwerkingen hebben, zoals botontkalking of een verhoogde bloedsuiker.

Werken corticosteroïden niet goed genoeg, of zijn de bijwerkingen te erg? Dan schakelt het team vaak over op andere middelen om het immuunsysteem te kalmeren.

Fase 2: Onderhoudsbehandeling en sparing

Als de ziekte onder controle is, maar niet verdwijnt, is een onderhoudsbehandeling nodig. Het doel is om de corticosteroïden zo snel mogelijk af te bouwen en de ziekte stabiel te houden.

Veelgebruikte medicijnen hierbij zijn, naast hydroxychloroquine bij milde longsarcoïdose: Bij sommige patiënten reageren de longen niet goed op de standaardbehandelingen. De ziekte blijft actief of de fibrose (littekenweefsel) neemt toe.

  • Azatioprine: Een middel dat het immuunsysteem onderdrukt. Het is al langer bekend en goed onderzocht.
  • Mycophenolaat mofetil (merknaam: CellCept): Dit medicijn remt de aanmaak van bepaalde witte bloedcellen die de ontsteking veroorzaken. Het wordt steeds vaker gebruikt omdat het vaak beter verdragen wordt dan azatioprine.

Fase 3: Behandeling bij ernstige of resistente sarcoïdose

In deze situaties kijkt het multidisciplinair team naar zwaardere middelen. Rituximab is een modern medicijn dat steeds vaker wordt ingezet.

Dit is een zogenaamd monoklonaal antilichaam dat specifieke immuuncellen (B-cellen) uitschakelt. Het kan zeer effectief zijn bij patiënten die niet reageren op andere therapieën. Hoewel het een waardevolle aanvulling is, is het ook kostbaar.

Een kuur Rituximab kan enkele duizenden euro’s kosten (vaak tussen de €8.000 en €12.000 per kuur, afhankelijk van de fabrikant en het ziekenhuis), wat de noodzaak van een zorgvuldige selectie door het team benadrukt. In zeer ernstige gevallen, waarbij de longfunctie ernstig is aangetast, kan een longtransplantatie een optie zijn.

Dit is altijd een laatste redmiddel. De wachtlijsten zijn lang en de impact op het leven is groot.

Het team beoordeelt of een patiënt hiervoor in aanmerking komt.

Factoren die de beslissing beïnvloeden

Het behandelplan is nooit alleen gebaseerd op de uitslag van een scan. Het team kijkt naar het totaalplaatje van de patiënt.

  • Hoe snel verslechtert de longfunctie?
  • Zijn er klachten in andere organen (zoals de ogen of de huid)?
  • Heeft de patiënt last van vermoeidheid of pijn?
  • Zijn er contra-indicaties voor bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld een zwangerschap of een ander medisch probleem)?

Belangrijke vragen die ze zich stellen zijn: De voorkeuren van de patiënt spelen ook een rol. Sommige mensen willen liever geen zware medicijnen en kiezen voor een afwachtende houding (‘watchful waiting’), terwijl anderen juist snel willen ingrijpen om schade te voorkomen.

Monitoring en de toekomst

Longsarcoïdose is een marathon, geen sprint. Zelfs als de behandeling aanslaat, is regelmatige controle essentieel.

  • Longfunctietesten: Om te zien of de longcapaciteit stabiel blijft.
  • CT-scans: Om de ontwikkeling van fibrose in de gaten te houden.
  • Bloedcontroles: Om de ontstekingswaarden en eventuele bijwerkingen van medicijnen te meten.

Tijdens de follow-up bezoeken worden de volgende zaken gecontroleerd: De prognose van longsarcoïdose is gelukkig vaak gunstig. Bij veel patiënten verloopt de ziekte mild of stabiliseert deze na behandeling met azathioprine. Echter, bij ongeveer 20% van de patiënten ontwikkelt zich chronische fibrose, wat leidt tot een blijvende beperking van de longfunctie.

Door vroegtijdige opsporing en de begeleiding door een nationaal expertisecentrum kan deze groep zo goed mogelijk worden ondersteund.

De wereld van sarcoïdose-behandelingen ontwikkelt zich snel. Nieuwe medicijnen, zoals biologica (zoals Rituximab), bieden nieuwe hoop voor patiënten die voorheen weinig opties hadden. Het multidisciplinair team houdt deze ontwikkelingen scherp in de gaten om de beste zorg te kunnen blijven bieden.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de verschillende behandelopties bij longsarcoïdose?

De behandeling van longsarcoïdose is vaak complex en afgestemd op de individuele patiënt. Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden, waaronder medicijnen om de ontsteking te verminderen, ademhalingstraining om de longcapaciteit te verbeteren en in sommige gevallen ondersteunende zorg om de symptomen te beheersen.

Hoe werkt een multidisciplinair team bij de behandeling van longsarcoïdose?

Een multidisciplinair team, bestaande uit specialisten zoals longartsen, reumatologen en internisten, werkt samen om de beste behandelstrategie voor de patiënt te bepalen. Ze bespreken de casus, analyseren de resultaten van onderzoeken en stemmen de behandeling af op de specifieke behoeften van de patiënt, waardoor een individuele en doeltreffende aanpak wordt gegarandeerd.

Welke specialisten zitten er in een multidisciplinair team voor longsarcoïdose?

Een multidisciplinair team voor longsarcoïdose bestaat doorgaans uit een longarts (pulmonoloog), een reumatoloog, een internist, een radioloog, een patholoog en een fysiotherapeut. Deze experts werken samen om de diagnose te stellen, de ziekte te behandelen en de patiënt te ondersteunen.

Hoe wordt de diagnose longsarcoïdose gesteld?

De diagnose longsarcoïdose wordt gesteld door middel van verschillende onderzoeken, waaronder CT-scans, MRI-scans, biopsieën en bloedonderzoek. Een patholoog analyseert weefselmonsters om te bevestigen dat het daadwerkelijk om sarcoïdose gaat en andere aandoeningen uit te sluiten.

Is er een manier om de longen te herstellen na longsarcoïdose?

Hoewel er geen genezing is voor longsarcoïdose, kan de ziekte vaak onder controle gebracht worden met de juiste behandeling. Ademhalingstraining en medicijnen kunnen helpen om de longcapaciteit te verbeteren en de symptomen te verminderen, waardoor de kwaliteit van leven van de patiënt kan worden verbeterd.


Dr. Annelies de Vries
Dr. Annelies de Vries
Longarts gespecialiseerd in sarcoïdose

Annelies is een ervaren longarts met focus op sarcoïdose en longfibrose.

Meer over Behandeling longsarcoïdose en fibrose

Bekijk alle 35 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wanneer longsarcoïdose behandeld moet worden en wanneer afwachten beter is
Lees verder →